vier x elf

Aalscholver
Je duikt
Met je kontje
Als laatste naar beneden
Weg

*******

Vlug
Zigzag ik
Langs de mensen
Over de brug vlug
Voorbij

 

******

Miezer
De tegels
En mijn broek
Worden nat baal ik
Van

 

******

Water
Schittert weerkaatst
Oogverblindend de zon
Ik roep vrolijk hallo
Blij

Saartje

Een mooie bloem “
 Sommige bloemen
     Bloeien lang
En weer andere
 Bloemen groeien traag
Bloeien kort
” Saartje “
mijn allerliefste
             Lieve Saartje
Was één héle mooie  bloem
Saartje die heel lang mocht
   Bloeien groeien
         en geuren
 mij op mocht fleuren
   Saartje Was
goed  In opbeuren
Samen ZIJN “
ALS  SAMEN “
ER NIET MEER IS
Voel en beleef ik
hoeveel ik lieve Saartje  mis
Saartje zit in mijn hart
En koester onze warme dierbare
herinneringen en
 onze liefdevolle vriendschap.
” I never walk alone “

Ik ben Boom

Ik ben een boom
Klein sta ik tussen de grote
Ze bieden mij bescherming 
Ik zie nog niet veel
Elk jaar krijg ik er een ring bij 
Ik ben dan ook groot
Ik bied dan bescherming aan hen klein 
Ik zie de blauwe lucht
Mijn takken groot en sterk
Hier mag je wonen
Vogels die hun nest bouwen
Kleine beestjes die onder mijn blaadjes wonen 
Beestjes die eten van mijn vruchten
Ik zie het allemaal gebeuren
Wacht maar
Als ik later mijn ringen erbij heb

natuurlijke blik

Met de aarde nog in mijn ogen
Zie ik groene sprieten
Als bomen zo hoog

Een tor
Hangt
In mijn snorharen

Haar vleugels
Gekleurd
Voor mijn gezicht

In het zonlicht
Zie ik
Die ene groene spriet

Waarachter een muis
Huist
Voor de duur van deze dag

Is het bijzonder
Wat ik zag
En nog zien mag

Blokkendozen
Langs lijnen
Waarop blikken rijden

Groot en klein
Blijken huizen
Te zijn

Vliegen er
Donkere vlekken
Door de lucht

Met hun rug
Recht naar boven
Beide vleugels opzij

Landen zij op aarde
Verblijven
Om vervolgens verder te gaan

Over grote blauwe vlekken
Die water lekken
In het landschap

Waar de zon laag schijnt
Ziet een bijzondere boom
Haar eigen schaduw op de grond
Elfen dansen ermee in het rond

Staat zij in het Wilgenbos
Loslopende reeën
Een vos

Vleien zich neer
Aan haar voeten
Voelen zachtjes aan de bast

In haar kruin
Een vogelnestje
Houdt haar liefdevol vast

Voorzichtig
Slaat zij haar takken
Om zich heen

Hoort de vogels fluiten
In het bos
Waar zij staan mag

Lacht zij de elfen
Vriendelijk toe
Trekt de aandacht van het bosrijk

Blijkt zij
Een Wilgenboom te zijn

JvdK (c)

reis

Blauw-groen-gele knikker in de nacht
Om je heen witte plukjes suikerspin
Word ik aangetrokken en ik land
En wat ik ruik en zie?
Frisgroen gras
Stokrozen en frambozen
Beien zoemen
Paarden draven
Een oude man op het bankje lacht
En de meisjes willen wel een ijsje
Loom ga ik liggen in een hangmat
En geniet van mijn ontdekking:
Zomer op aarde!

 

 

Wat je niet weet

Wat je niet weet,

Dat jouw dappere Mieke tegenwoordig bij ons in het zuiden woont. In een appartement, waar de muren zachte armen zijn. Het is er warm en ik voel me er ook thuis. Want jij zit in de meubels, de glazen en kaarsjes. Daar wel. Op Reeuwijk ben je niet meer. Ik liep er laatst rond in jullie lege huis en zocht naar niks. Dat was ook precies wat ik vond.

Dat je in een doos op de vensterbank woont. Jouw as-bestemming stond al jaren vast. Verstrooien zouden we je, in de plas. De boot was al gehuurd. De datum geprikt (Tweede paasdag, altijd de eerste duik van het seizoen). Maar we hebben het niet gedaan. Dat voelt niet als verraad of dat we je laatste wens niet respecteren. Mama wil je houden en daar gaat het om.

Wat je niet weet,

Dat je leuke kleinzoon op zoek is naar een eigen woning. Wij zoeken enthousiast mee en zijn maar een beetje beledigd (want wie wil zulke leuke ouders verlaten en waarom heb ik dat zelf ooit gedaan?). Maar hier thuis is hij afgebakken, klaar. Daar hoeven wij niks meer aan te doen. Op eigen benen groeit ie, zonder twijfel, nog veel leuker verder.

Hoe goed je kleindochter in haar vel zit. Van windkracht tien naar drie, zo voelt het. De storm (of puberteit) die ons deed omwaaien en het kind meenam, is gaan liggen. Het is een feestbeest en ze zit soms erg dicht op al mijn onvolmaaktheden, maar wat is ze grappig. Van die storm in dat glas water, daar lijkt het steeds meer op.

Richard heeft een groentetuin hier op de berg.

Ik een heel goede illustratrice, voor bij mijn tweede kinderboek.

En in de tuin bloeien jouw violen.

 

Wat je ook niet weet,

Dat ik, heel laf, soms expres niet aan je denk. Want als ik dat wel doe, ben je zo ver weg. Daar word ik onoplosbaar verdrietig van.

En met zulk verdriet moet ik oppassen. Want ik voel het weer. Ergens boven mijn hoofd, staat iemand met die dikke wollen deken. Geen gezellige geruite of licht van kleur. Het is een donkere en als ie eenmaal op me ligt, vermoed ik dat het langer gaat duren dit keer.

Want die deken papa, hangt niet alleen boven mij. Het gaat dit keer over de hele wereld, echt waar, de hele. Er is een virus, zo besmettelijk, en er is geen medicijn. Vliegtuigen staan aan de grond en grenzen zijn gesloten. In Oostenrijk mag je alleen de supermarkt in met een mondkapje op. Net als in België en Duitsland. Omhelzen is verboden en handen schudden ook. Elke dag tellen we de doden op het journaal. En die sterven alleen.

Dat je dit niet weet.

Gelukkig

 

Yf