Opgeruimd staat netjes en een slechte recensie

opgeruimd

 

Voilà, de zolder is opgeruimd en de boeken zijn gesorteerd. Op kleur, dus ligt Heleen van Royen op Peter Buwalda. Dat vindt ze vast niet erg. De thrillers zijn verhuisd naar de privé-bieb van het werk van manlief (die zijn na één keer lezen ‘op’). Van de meeste anderen boeken was lastiger afscheid nemen. Nog steeds een kast (lange plank) vol en wat een rariteitenkabinet! Van Annie M. G. Schmidt via Sjoerd Kuyper naar Douglas Coupland tot tuinieren met Rob Verlinden. Ik verander nogal snel van smaak. Dat smaken in het algemeen verschillen las ik vorige week.

Toen het boek net uit was en ik wist dat er recensie-exemplaren waren opgevraagd, werd ik daar best nerveus van. Gedachten als; ‘ik heb vast steken laten vallen’ of ‘nu val ik door de mand, omdat ik niet kan schrijven,’ schoten door mijn hoofd. De recensie van vorige week was niet helemaal positief. Maar ik werd er niet nerveus of chagrijnig van. De recensente was het niet eens met het einde en dat de oma in het verhaal een acrobate is, vond ze wat overbodig. Ze wond zich er een beetje over op en pakte zelfs een-nog niet gegeven- ster van me af!

Ik dacht alleen maar, gelijk heb je. Ik zou ook boos zijn als een boek dat ik leuk vind aan het einde tegenvalt. (Dat ik het einde zelf wel leuk vind, doet er in deze eigenlijk niet toe). Voor wie het lezen wil;

http://twirlingbookprincess.com/2015/03/review-for-vanillevla-met-wormen/#more-5449

(dat ze begint met ‘een geinig nieuw boekje‘-au-au! Ik heb het niet in zuchtje of een wipje geschreven!)

Tot de volgende! x Yf

Harry en Barry

Het was wat stil op mijn site. Ik ben nogal druk met het project; denken (hoe ruim ik de zolder op. Ik heb er al uren aan besteed, het is nog steeds een puinzooi). Ik ben niet praktisch en zit liever te broeden op leuke zinnetjes. Daar heb ik me de afgelopen maanden volop mee bezig gehouden. En dat manuscript was vorige week af en zit nu in de mailbox van de uitgever. Mij rest; wachten-hopen-vrezen-duimen (en tien keer per dag mijn eigen mailbox checken). Ik dacht; ik stel mijn hoofdpersonen alvast even voor. Of ze uiteindelijk in boekvorm gaan verschijnen? Wacht-hoop-vrees-duim maar met me mee.

Ze heten Ari en Joep en zijn net vijf of al heel lang vier. Een tweeling met blonde haren en blauwe ogen. De een is lief, de ander stout. Hemel, wat on-origineel hoor ik u en mijzelf denken. Ik mik erop dat heel gewoon, ongewoon leuk gaat zijn. Zo leuk als ik mijn eigen kinderen vind en dan universeler.

Ari en Joep zijn een ‘ongelukje’ van een ‘slippertje’. Vorig jaar september wilde ik beginnen aan een vervolg op Vanillevla. Toen vroeg buuf Jikke me of ik haar wilde helpen met een wedstrijd op haar school. Jikke doceert (o.a.) handvaardigheid op een R.O.C. in Maastricht. Haar leerlingen moesten een poster maken die hoorde bij een zelf geschreven kinderverhaal. De beste zou een prijsje krijgen. Of ik wilde jureren en haar leerlingen op weg kon helpen met het hoe en wat van een verhaal. Ik plukte een ‘Jip en Janneke’ van het net en dacht; zo kan ik ze laten zien hoe een verhaal is gebouwd. Wat flauw, dacht ik direct daarna. Ik schrijf er zelf wel één. Na een ‘zwangerschap’ van een uurtje beviel ik van Harry en Barry. Zo makkelijk ging dat.

Ik schoof een langer verhaal naar de toekomst en rekende een beetje. Vijfentwintig verhalen=vijfentwintig uur=vijf dagen-vijf uurtjes werken=een kleuterboek. Ja toch. Nou nee dus.

De naam Harry en Barry sneuvelde al snel. Aan de hand van anekdotes van schoonzus Floor over neefje Tim kregen de eerste verhalen vorm. Maar die moesten een plot-een juiste timing-de juiste woorden-en bovendien behapbaar zijn voor kleuters. Die vijf dagen werden vijf maanden. Pas vorige week was het af. Wat heb ik geleerd; schrijven voor kleuters is zo makkelijk nog niet. Of ik het kan?  Dat mag de uitgever zeggen. Ik ga de zolder opruimen!

opruimen

Tot nieuws!

x Yf