De rijpere huid

Daar lag ik dan, onder een zachte deken, op een heerlijke stoel met rug-verwarming. De deskundige hand van het meisje met de wax-kwast, zweefde alvast boven mijn snorretje. Het deed maar even pijn. ‘Dan geef ik u nu een peeling met een uit Chili geïmporteerde lavasteen-korrel. Zeer geschikt voor de wat rijpere huid,’ zei het meisje. ‘Dit masker van vanille-rijst met cavia-keutels is ook zeer geschikt voor de wat rijpere huid,’ klonk het vervolgens. Om daarna mijn gezicht vol te smeren met de een of andere siliconen-zalf. Ook deze was zeer geschikt voor de wat … .

En toen sprong ik op uit die lekkere stoel. Met nog van die ronde watten op mijn ogen. Ik greep het meisje bij haar keel en zette haar tegen de muur. ‘En nou hou je op met je “gerijpere” huid!’ schreeuwde ik wanhopig. Maar niet echt. In plaats daarvan maakte ik een flauw grapje. Dat de tand des tijds mijn huid zo lekker vindt. Zoiets.

Het blijft een raar fenomeen. Ouder worden en ouder zijn. Helemaal als andermans ogen het zo duidelijk zien. Dat ik vierenveertig ben (VIERenVEERTIG!). Vind ik het eigenlijk nou heel erg? 

Behalve dat ik hoop dat ik er naast mijn Ries (en die is-hiep hoi-maar acht jaar, drie maanden en zestien dagen jonger dan ik) niet uitzie als een overrijpe kersenboom, vind ik het helemaal niet zo vervelend. Dat komt door het schrijven.  

Op dit moment ben ik in mijn hoofd een meisje van tien. Weer over Prinses Charlotte schrijven geeft me dat gevoel cadeau. Hoewel ik helemaal niets met haar gemeen heb-Ik woon niet in een kasteel. Mijn moeder is geen koningin. Mijn vader temt geen leeuwen-lijkt ze heel erg op mij als tienjarige. Ze is een spring in het veld, ze denkt aan en voor iedereen en ze is een beetje gemeen. Dat mag allemaal. Want het is ook niet niks, wat ik haar laat beleven. Een kleine lakei die haar de hele dag volgt. Een vader die de hele dag huilt. En haar oma zweeft aan een trapeze. Hoog in de nok van een circustent toont zij per ongeluk haar blote billen aan hooggeëerd publiek.

Ik zou van minder rimpels krijgen! Maar Charlotte niet, die blijft voor altijd tien. Daarom vind ik schrijven zo leuk. Als ik bezig ben met haar verhaal ben ik weer kind, voelt mijn huid lekker strak. En daar kan geen peeling of masker aan tippen.

Dus met veel plezier duik ik terug in de blote benen met pindakaas (dat is de werktitel). Ik ga naar vroeger.

 

Tot de volgende! x Yf

 

zo-jong-als-je-je-voelt

jaloezie en een boterhammetje

Op planeet Facebook heb ik een aantal vrienden uit kinderboekenland. Schrijvers en schrijfsters die met regelmaat de verschijning van boek nummer twee, drie of zesenzestig aankondigen. Dan ben ik jaloers. Want dat wil ook. Wereldkundig maken dat boek twee er aankomt. En dat kan niet, want er staat geen nieuw boek van mij op stapel. Goed, er ligt een manuscript bij diverse uitgevers. Dat ligt even makkelijk weer in mijn eigen brievenbus. En ja, ik schrijf aan een vervolg op Vanillevla. Tegen de tijd dat dat klaar is, is de eenentwintigjarige Loser-uit het leven van-allang van de achtendertigste waanzinnige Boomhut in de vijfenvijftigste herdruk van een bundel kleuterverhalen gesprongen. Jaloezie is een onbegrijpelijke en lelijke zin. En dan vindt dat groene monster ook nog eens dat het niet aan mij ligt. Dat mijn verhaal zo langzaam vordert. Mijn redelijke ik weet beter.    

Sinds begin van dit schooljaar deel ik, met buurman Roger, een stukje kantoor in Maastricht. Zo zien mijn dagen eruit: Ik parkeer de auto en haal mijn spullen eruit. Steek de sleutel in het slot en zet in de loop naar mijn bureau de koffiemachine aan. Ik haal mijn laptop uit mijn tas en ook mijn lunch. Met mijn make-up spullen even naar het het toilet. Om dan met een eerste kop koffie aan het bureau te gaan zitten. Tot dusver; logisch en standaard.

Keurig open ik dan Word. ‘Hier is het,’ zegt oma. Ze wijst naar een gele woonwagen. Daar was ik gebleven en hoe het verder gaat weet ik ook al. Dan valt mijn oog op de tijd. Het is pas 08.15 uur. (De school van Lucas en Lotte begint erg vroeg en ik gebruik maar een beetje make-up). Voor ik verder ga aan mijn verhaal,  even een rondje het internet op. Facebook-twitter-www.yvonnedevries.com-jaapleest.nl-funda-youtube–www.nieuwetandeninturkije.nl-booking.com-ryanair-weeronline-www.geennieuwerimpelserbij.be-facebook-twitter-enzovoort.

Het is nu 10.35. Ik moet de eerste zin nog schrijven. Mijn nieuwe manuscript is ergens in maart 2021 klaar. Ik moet allen die elk seizoen in de aanbiedingsfolder van een uitgeverij staan dus wel bewonderen (zoek de afgunst in deze zin*).

Wegspoelen maar die jaloezie. Nog maar een koffie met, alvast, een boterhammetje. En daarna… .

Tot de volgende!

x Yf

koffie en een boterham

 

*en de afgunst zit in elk seizoen!

een monster en rode wijn

 

In mijn huis woont een monster

Het bibbert en trilt

Het huilt en schreeuwt zonder geluid 

Ik doe alle deuren open

Maar het vuur brandt en

er is rode wijn

‘Patiënte staat wat angstig in het leven’ schreef de huisarts ooit over mij op een verwijsbrief. ‘Patiënte heeft een te grote fantasie’ had er net zo goed op kunnen staan. Angsten zijn meestal irreële gedachten uit de donkere hoekjes van de geest. Dat weet ik best. Naarmate ik ouder word, kan ik beter mee leven (ik adem in en uit , ik doe aan yoga, mindfulness en .. zal ik even door zweven?) Bovendien ben ik voor het belangrijkste in het leven (de liefde-ja-de liefde!) niet bang. Daar geef en neem ik genoeg van. Dat weegt meer dan angst. Ik heb al even geen verwijsbriefjes meer nodig gehad.

Het neemt niet weg dat ik soms van die dagen heb. Dat ik met de honden niet langs die ene tuin durf. Daar wonen twee honden. Ze blaffen en grommen. En zit daar nou een gat in de heg? Of deze; ik zwem helemaal alleen in het zwembad. De badmeester drukt op een knop. Een geheim luik gaat open. Er glijdt een schaduw onder mijn benen. Is het Jaws of is het Free Willy?!

Mijn reactie op deze-ietwat-vreemde hersenspinsels, is levensecht. Ik kan rustig een kwartier stilstaan op straat, met van die slappe wortelbenen uit het blik. Ik zwem als een goudvis, met speed op, naar het dichtstbijzijnde trappetje en druip af. Angst ziet er niet charmant uit.

De laatste tijd verdenk ik mezelf ervan dat ik het koester. Dat ik steeds iets nieuws verzin om mijn fantasie eten te geven. Volgens mij maakt mijn brein rode wijn voor het angstmonster. Lekker dan!

Ik zou de komende maand geen alcohol drinken. De angst dat mijn lever daar te erg van schrikt, weerhoudt me. Dus proost, een fijn weekend en tot de volgende!   

x Yf