Verhuisd!

Een paar weken radiostilte. Schrijven lukte niet. Er moest worden verhuisd en ik ben geen echte vrouw. Ik ben niet zo van alle ballen in de lucht en multitasken maar.

Verhuizen en dat dan voor de achttiende keer. Meer dan dat heb ik geroepen; ‘ik doe dit nooit meer!’ Want voor wie niet praktisch is, blijft het een marteling. Je hebben en houden ergens anders gaan houden.

Dat piekeren en peinzen. Wie gaat waar slapen en waar zetten we de bank. Alles in dozen en tassen. Wat hebben we direct weer nodig, wat kan naar zolder, de kringloopwinkel en wat mag naar het eeuwige jachtveld dat containerpark heet?  Herinneringen druppelen door mijn handen. Ik lees mijn dagboek uit 1989 nog eens. Medelijden met mijn jonge ik. Wist ik veel dat die stoere zeeman, waar ik ernstig verliefd op was, allang een ander had. En wat leuk, de hele serie van de Vijf en Pitty naar de kostschool. Ik verzin spontaan een nieuw concept voor een avonturenreeks, lichtjes gebaseerd op ‘de Vijf’. ‘Vast heel makkelijk schrijven,’ ratelen mijn gedachten erbij. ‘Die Enid Blyton deed tenslotte maar vier dagen over een deel. Ik zal de uitgever snel eens contacteren, o nee eerst verhuizen.’  

En dan het doen. De kruiden in die kast en de pindakaas in de andere. Boeken naar zolder en winterjassen naar de kelder. Donald Duck vertellen dat we verhuizen. En de dokter, de dierenarts en die aardige mevrouw in de straat met dat leuke hondje. Lotte moet een kast, een bed en een make-up tafel. Dat ik dan terugkom van Ikea. Met -wel de handige wc rollenhouder en een praktisch snoer-opbergsysteem maar -zonder de boekenkast, waarvoor ik richting die woonwaren-hel reed.        

Ertussen moeten de honden gewoon drie keer per dag uit, de kinderen naar school, de was gewassen en dan wil ik ook nog eens dat we allemaal gezond eten.

Gelukkig zijn Richard en ik aan elkaar gewaagd. Hij denkt niet, maar doet. Ik doe het omgekeerde. Allebei zonder stoppen. Elke dag haalde hij verse dozen. Ik piekerde en peinsde. Hij pakte uit, ik ruimde in. Ondenkbaar dat er een doos langer dan een dag onuitgepakt in de kamer zou staan. We kunnen niet zo goed tegen rommel.   

En natuurlijk werd Richard ziek, want een lichaam zegt een keer; stop. En natuurlijk had ik jank-dag, want de geest wil ook wel eens een dagje rust.

Maar wat slapen we hier goed en wat is het fijn. Beter dan dit wordt het niet, verzuchten wij steeds tegen elkaar. In het groen en in de stad. De kinderen fietsen al alleen naar school en af en toe buitelt er spontaan een vriendje/vriendinnetje binnen. Mijn vadertje voelt zich thuis in de witte stoel bij het raam en mama Mieke overal.

We zijn nog niet klaar met ons oude huis (er moet nog worden ‘gekelderd’), maar er komt ruimte. Ik ben al een keer naar de stad gefietst (nul euro parkeergeld!). We maken lange rondes met de honden op de berg. En neef Marcel, zijn Femke en baby Janne zijn zelfs al komen logeren*.  

Tijd om te schrijven, piept ook weer om de hoek.  Nog even niet op het kantoortje, maar wel vanachter het bureau in de woonkamer. Het uitzicht op het oude fort Sint Pieter is alvast  inspirerend. Hopelijk ontstaan  hier nog veel gedichten, korte verhalen of wellicht een moderne serie van ‘de Vijf’. Dit blogje bijt alvast de spits af! 

Tot de volgende. 

x Yf

 

stoel opa

*en ze brachten prachtige blommen mee!