Alles in een zin

Zomaar een ochtend in de vakantie, we zijn nog steeds in Oostenrijk. Ik ga met de honden naar het bos en koop kaiserbroodjes op de terugweg. Ik ontbijt met Richard. Zet daarna de pot chocoladepasta alvast klaar voor de kinderen. Die liggen nog te slapen. Hoewel, als ik ga douchen, loopt Lotte volgens mij de keuken binnen.

Gedoucht en aangekleed, loop ik via de slaapkamer van de kinderen (waar zoonlief zich nog wat centimeters langer slaapt) naar de woonkamer. Ik smeer dagcrème op mijn gezicht en spuit een beetje ‘Sylvie Meis’ (die overigens onverwacht lekker geurt) achter mijn oren. Tot zover, een heel normale ochtend. Nergens golven-nergens rimpels.

 ‘Ik denk dat ik boos op je ben, maar ik weet eigenlijk niet waarom,’ klinkt het dan. Nog in haar pyjama, ligt dochterlief languit op de slaapbank. Hier heeft ze haar eigen biotoop: Lotteland. Telefoon en koptelefoon binnen handbereik. Een kussen en een deken, haar ‘Hello Kitty’ sloffen op de vloer. Zo en hier onderhoudt ze haar sociale leven. Meestal heb ik niet eens door dat ze er ligt. 

‘Ik denk dat ik boos op je ben, maar ik weet eigenlijk niet waarom,’ ik herhaal de zin in mijn hoofd. Dan schiet ik in de lach. Iets anders komt niet in me op. Die ene zin, ze klopt zo erg.

Ze wordt al boos als ik een liedje zing. Ik irriteer haar als ik een grapje maak, Duits spreek of adem haal. Ik mag er niet zijn, ik mag niet weg. Zoiets.

Af en toe doe ik alsof ik me beledigd voel. Stiekem vind ik haar eigenlijk best grappig. Ze is mijn eigen privé-komiek. Hele youtube scenes doet ze na. Stupide filmpjes over mode, botox en handtassen. En steeds moet ik weer lachen als ze me in het Engels vraagt hoe ze uit Irak ontsnapte of waarom peter pan altijd vliegt*.

Ze heeft veel aandacht nodig en neemt veel ruimte in. Maar we krijgen er voor terug. En dat heeft ze zelf niet eens zo door. Die opmerking vanmorgen. Het gaf me niet alleen een lach. Het gaf me me ook stof voor dit stukje. Waarvan akte! 

Tot de volgende

x Yf

*

how did      peter pan

 

     

Thuis in Amaliendorf

We reden over de weggetjes van Richard’s verleden naar het dorp Brand. De grote zwarte hond was door zijn poten gezakt en we hadden een afspraak bij de honden-fysio (ja, die bestaan). We waren al eens in Brand geweest, honderd jaar geleden, toen de kinderen kleuters waren. Ik herkende de rode glijbaan in het midden van het meer. ‘Er is hier niets veranderd,’ zei ik. ‘Welkom in het Waldviertel,’ zei Ries . ‘Hier veranderen alleen de mensen.’

Middenin dat Waldviertel ligt Amaliendorf-Aalfang. Een gehucht in het noordoosten van Oostenrijk, vlakbij de Tsjechische grens. Amaliendorf is het dorp waar Richard zijn jeugd beleefde.

We zijn er weer en we zijn weer ‘thuis’. Zo voelt dat echt, ook voor mij. Dat was de eerste keer dat ik hier kwam anders. Ik vond het maar saai.  Geen (ski)berg te bekennen. Wel veel bos, meertjes en reusachtige keien (volgens de legende hebben de marsmannetjes die naar beneden gegooid).

Tijdens mijn eerste bezoek vroeg ik me af waar de H&M was (In Wenen op 140km afstand, alleen via landwegen te bereiken) en waar een hippe club om te dansen. Ik werd gek van de muggen en mieren. Zwemmen in een veenmeer met donker water; mij niet gezien. En dan dat middag-eten, elke dag klokslag 12 uur een warme maaltijd. Ik was toch geen boerin?

Een beetje stads en een beetje nuffig-dat was ik wel.

En toen kreeg Ries een huis cadeau. We knapten het op en verfden het blauw(dat mag hier gewoon).  Ik zette Hollandse klompen in het raamkozijn en Ries zorgde voor Nederlandse tv, zodat mijn wereld hier gewoon door kan draaien. Nu gaan we bijna elke vakantie naar huis. Zo voelen Richard en de kinderen dat, en ik inmiddels dus ook.

Dat komt omdat de tijd hier een beetje stilstaat. Er mag dan een glasvezeldraad in de tuin liggen en de meeste mensen hebben een gsm, maar verder doet het leven me hier aan vroeger denken. De meertjes met grasoevers en houten steigers. Mannen in strakke rode zwembroeken (geen shorts, maar slips) op bruine sandalen. De zwembaden waarin de zon tot op de roestvrijstalen bodem schijnt. Waar ze nog peren-ijsjes bij de cafetaria verkopen en de jeugd-met natte blonde plakharen-zich rond de airhockey-tafel verzamelt.

Nu-16 jaar na die eerste keer-ben ik blij dat er geen H&M is en gaan de weken me veel te snel voorbij. Ik ben dol op het bos-de gebakken kaas van het plaatselijke restaurant (ook om 12 uur in de middag!) de schone zwembaden en de zwarte meren. Alles ruikt naar de zomers van toen!

Tja, mensen veranderen en ik  ben geen stadsmeisje meer.

waldviertel

 

 

 

 

 

 

 

 

.