Mijn beste Frank

Mijn beste Frank

Ik zit in de trein naar Amsterdam. Ik heb altijd een reden om in de trein naar Amsterdam te zitten. Ik ga naar Frank. Mijn beste Frank, al twintig jaar.

Ik leerde je kennen in Hotel New York, september 1996. Van alle receptionistes die er werkten had ik met jou de minste raakvlakken. Je huisje in Rotterdam Noord was met veel smaak ingericht. Ik had een bank en een tafel. Jij hield van clubmuziek en ik zat nog in mijn alternatieve na-dagen. Jij droeg leuke hippe kleding. Ik ‘droeg’ wijn en sigaretten (ach, hoe mooi was die tijd!).

En toch. Vanaf dag een hadden we de grootste lol, samen achter de receptiedesk. Al snel teveel lol, vond de directie daar. Wat waren we beledigd toen we niet meer samen mochten werken. Dat dat de voorbode voor ontslag was, wisten we toen nog niet. Typerend voor ons; jij verliet HNY op hoge poten met veel lawaai. Ik glipte door de achterdeur naar buiten. En omdat dit blog voor jou is en jij wel van een beetje wraak houdt; wat een stelletje amateuristische gemene valse pretentieuze krengen werkten daar bij de hoteldirectie van HNY.

Maar wat toen onoverkomelijk leek, is nu een achtergrondverhaal. Het was maar goed dat we toen ‘de zak’ kregen daar. Het bracht jou naar de KLM en Amsterdam. En mij  ook.  Tot ik naar Dublin verder ging. En het had kunnen verwateren. Maar dat gebeurde niet. Logisch eigenlijk, toen hielden we al gewoon van elkaar. Zoveel dingen gedaan. Zoveel wat ik leuk vind aan je. Het is eigenlijk niet in een blogje te vangen. Wel in losse flodders.

Dus ik schiet:

Picknicken in het Vroesenpark en dat ik daar voor het eerst een olijf at. Uitgaan in Rotterdam. En altijd naar kroegen waar mannen voor mannen kwamen. En dat ik tegen beter weten in altijd hoopte op een knappe hetero-broer. Dat je boos was, omdat ik zwaaide naar drugsrunners en daarna omdat ik mijn sleutels weer kwijt was. Midden in de nacht op de schommel voor het ‘Glijpaleis.’ Dat je het verhaal van je moeder-het kunstgebit en de koningin altijd verteld als ik erom vraag. Dat we in de Limelight waren. Dat ik de noodle-service met je mocht lopen aan boord op weg naar Bangkok.  Wij samen in een Klm-kostuum. Hoe bang ik was in de achterwijken van Sao Paulo. En jij maar roepen; ‘Ik weet het zeker, die dansschool moet hier ergens zijn. Kussengevechten in hotelkamers. Haaien zien vanaf Highway 1. Een achterbuurt in Praag en de bar, waar het publiek om drie uur ‘-s ochtends onze namen scandeerde. En hoe lullig ik me voelde toen we met Sinterklaas in New York waren en jij een surprise met gedicht had gemaakt. Uren werk was er aan af te zien. Daar stond ik dan met lege handen.

De trein is bijna in Amsterdam. Vandaag gaan we het vieren. Dat we elkaar 20 jaar kennen. En vandaag heb ik wel wat voor jou. Een heel blog! Zodat al mijn tien volgers kunnen lezen:

Dat ik van je hou omdat:

Je zo eerlijk bent en zo gezellig. Je af en toe zo lekker onbehouwen beweegt en reageert. Om je reislust en dat er altijd nog wel een excursie bij kan. En omdat ik ruzie met je kan maken en dat jij dan niet uit mijn leven verdwijnt.

Lieve Frank: Op nog een heel leven vrienden!!

Ik ben een Lurker!

Ik beschouw deze blogjes als een klein openbaar dagboek (waarbij ik overigens niet in het diepste of donkerste duik). Documentjes, bedoeld en grappig voor het nageslacht. Als ik er vijftig heb print ik ze wel een keer uit uit, jaag er een nietje door en hopla; een verslag van het leven van gewoon Yvonne de Vries. Volgens mij echt alleen maar leuk, voor mensen die me een beetje kennen.

Op mijn vorige blog kreeg ik een reactie van een ‘zomaar iemand’. Het zat in de brievenbus van deze site. Het bericht was een beetje raar en uitdagend. Ik herkende noch de naam, noch het mailadres. Om het weg te gooien, hoefde ik gelukkig alleen maar met mijn muis te klikken.

Het zette me wel aan het denken. Als ik een blogje publiceer, ga ik ervan uit dat ongeveer tien mensen de tekst lezen. Waaronder mijn moeder, mijn tante en wat vriendinnen. En als die het ‘liken’ ben ik helemaal blij. Maar toen, de mij onbekende, harry@gmail.com* mij een persoonlijk berichtje stuurde, stond ik er toch even bij stil. Dat mijn site bezoekers heeft, die ik niet persoonlijk ken. De meelezers en ‘lurkers’*. Dat had ik dus niet gedacht. En ik ben niet naïef. Erger, ik ben zelf ook een Lurker.

Ik lees mee op bepaalde fora en reageer bijna nooit. Ik volg mensen op Twitter, vind Sylvia Witteman hilarisch en Guus Kuijer fantastisch. Maar ik tweet niet met ze mee. En dan gooi ik ook wel eens wat tijd overboord als ik op Facebook surf. Op de pagina beland van een verre nicht, die ik nooit heb ontmoet. En dat ik dan ook nog eens al haar foto’s bekijk van haar, haar tweede man en zijn tante aan vaderskant. Mijn stip op nummer een? Het internetdagboek van Anna van Praag (www.annavanpraag.nl).

Ik weet niet hoe ze ze schrijft, maar in haar verhalen voel ik me thuis. Ik ‘luisterlees’ graag naar haar visie op schrijven en reizen. Naar wonen op bergen, wonen in herbergen, neuzen en bruiloften van zwagers. Ze leidt een druk bestaan. Met dochters, een kat en haar man. Het is echt niet allemaal rozengeur, maar ze gaf mij altijd het gevoel dat het kon. Alle ballen hoog in een droom van een gezin. Zo leek het toch, op het eerste ‘papier’.

Een paar weken geleden, vermeldde ze- voor mij plotseling,voor haar wat minder mag ik hopen- dat zij en haar man hadden besloten uit elkaar te gaan. En omdat ik trouw mee-lees in de keuken van haar leven was ik van slag. Zomaar een vrouw, zomaar een man. Ik ken ze niet. Ze wonen in een ander leven, in een andere stad. Ze gaan scheiden. En IK ben serieus van slag. En ook nog langer dan een uur!  Waarna ik mijzelf streng toesprak om toch iets minder te gaan lurken in de toekomst.

En dat wou ik maar even zeggen; @Harry@gmail.com, misschien ook een tip voor jou?

lurker 2

 

x yf   

*is natuurlijk niet het echte adres

* Een lurker is een persoon die op internetfora, chatrooms, etc. alleen meeleest, maar zelf (bijna) niets bijdraagt

Gelukkig nieuwjaar!

 

Daar zit ik dan weer. Achter mijn bureau in dat fijne kantoor in Maastricht. Een heel nieuw jaar voor me. Nee, ik ben niet dronken en ik weet dat het vandaag niet 1 januari is. Maar de schoolvakantie is voorbij en mijn werk als ‘GADVTDK*-er’ zit er weer op. Dus heb ik gisteren een fles champagne opengetrokken en wens U allen een Happy New Year.

Ik heb zin in dit schone frisse schrijfjaar. Mezelf voorgenomen zeker drie boeken te schrijven, elke week een blog en -o ja- om ook nog eens een eigen tekstbureau beginnen. Vandaag geloof ik nog dat, dat allemaal gaat lukken. Zoveel lege dagen op de kalender, zoveel pagina’s te vullen. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Elk jaar weer, een opgetogen gevoel als de school weer begint. Ook al is en was de vakantie nog zo fijn. Heel veel leuke mensen gezien en -bijna*- alleen maar leuke dingen gedaan. Waarvan de meeste oninteressant voor de lezers van dit blog. Welke bikini ik droeg, welke wijn ik dronk en dat mijn nieuwe favoriete outfit een blauwe zomerjurk met cowboy-laarsjes is, het zal u toch een worst wezen en zijn.

Wel leuk om te delen: De reden van bijna*: 

canoying 

 

Canoying. Ik had er nooit van gehoord en wist niet het was. Nu wel.  

De Ardeche, twee weken geleden. We reden, op een gruwelijk tijdstip, naar een afgelegen parkeerplaats hoog in de bergen. Het was er net boven nul. In de zomer! Er waren twee mannen. Een om het geld te innen, de ander was gids. Er was een busje met plastic bakken erin. Daar lagen de waterschoenen en surfpakken. Vrijwillig worstelden wij ons in zo’n, nog vochtig, latex geheel. Om daarna als een stel dronken eenden nog hoger de bergen in te waggelen. Na vijf minuten moest ik plassen. Maar dat pak ging mooi niet meer uit. Na een half uur klimmen, kwamen we bij een rots, een heel hoge. En daar moesten we vanaf. Van schrik hoefde ik niet meer te plassen. Ik bevroor. Toen de hele groep beneden in het ijskoude water lag, bewoog ik nog steeds niet. ‘Spring dan, kom op, je kunt het,’ riepen ze. Behalve mijn dochter. ‘Ik schaam me dood’, riep ze zonder geluid. En juist die onuitgesproken woorden kwamen het hardste binnen. De collectieve groepspressie was groot. Ik ben drie keer klaar gaan staan om te springen. Maar ik durfde niet, dus ben ik maar gewoon gaan huilen. ‘Of er een andere weg was, snikte ik tegen de jonge gids. ‘Daar heb je er weer een, zo’n middelbare theemuts met angsten en issues,’ dacht ie vast. Maar dat liet hij niet merken. Hij keek me alleen maar indringend aan- had trouwens prachtige helblauwe ogen- en sprak; ‘there’s always another way’. En ik weet zeker, met heel mijn literaire hart dat hij niet alleen doelde op het weggetje naast de rots, maar op alle wegen in het leven.

Ik ben niet gesprongen, maar de woorden van de gids neem ik mee dit nieuwe schrijfjaar in.  Van de drie boeken die ik wil schrijven is er een eigenlijk al af. De kleuterverhalen van Ari en Joep. De uitgevers die ik het manuscript heb toegestuurd, springen niet met de jongens mee in het diepe. Maar ik laat ze niet vallen. Voor Ari en Joep ga ik gewoon op zoek naar de andere weg.   

*Groot Animateur Der Vrije Tijd Des Kinders