Kenzo in een doosje

We reden er samen naar toe. Ries en ik. Naar dierencrematorium Parkstad in Heerlen. Een laag en kil bruin gebouw. En natuurlijk lag het op een industrieterrein. En natuurlijk regende het vandaag. Er kwamen net mensen naar buiten, met een grote bruine doos. Ik keek maar even niet naar hun gezichten. Wel naar die doos. Een rottweiler of Sint-Bernhard, dacht ik.

‘We komen Kenzo halen,’ zei ik tegen de receptioniste. Ze vond al snel het juiste formuliertje en de mijnheer, naast haar, vroeg of we al hadden nagedacht over welke urn. ‘Maar we hoeven geen urn,’ zeiden wij. ‘Hij gaat mee naar Oostenrijk.’ Want als het om de eeuwigheid gaat, hoort hij daar in de tuin. Er waren ook blikken met bomen erop. Vonden wij prima. Met zo’n blik liep de mijnheer naar achter. Met een kartonnen doosje kwam hij even later terug. Onze namen stonden erop en ons adres. En de extra vermelding:

Hond: Kenzo.

‘Dat is dan zoveel euro,’ zei de mijnheer en Ries rekende af. Ik wachtte met die doos in mijn handen. Wat was is as, maar zonder ziel, zoiets dacht ik. Maar zo voelde het niet. Want mijn handen verzonnen dat het warm voelde en ook een beetje eng. We liepen naar buiten.  En toen moest ik huilen. Want hoe kon dat nou? Hoe was het mogelijk dat ik Kenzo in een doosje in mijn handen had? Dat het zo snel ging en zo echt is.

Ik heb vorige week de hele week geschreven met Kenzo in een kooitje naast me. Totale rust zou heel misschien de oplossing zijn voor zijn verlammingsverschijnselen. Ik had het nog weken zo kunnen volhouden. Beetje tegen hem aan kletsen en hem er af en toe uitlaten om te plassen en meer.  Maar het ging steeds slechter en hij had erg veel pijn. De dierendokter was stellig in zijn mening.  Het afgelopen weekend is hij gekoesterd en geknuffeld. Door ons, door de neven en mijn liefste nichtje. Nog een ‘dropping’ op schoot bij opa. Gedag gezwaaid door oma. Maar het is niet goed en wij zijn ook helemaal nergens opgelucht om. Het is gewoon stom, punt.

Ik eindig deze met een quote van Neef Tim op de melodie van ‘Jij bent zo.’

‘Jij bent zo, de hond van tante Vonne heet Kenzo!’  

Tot de volgende

xYf

 

kenzo

 

Gepruts en geploeter

En het is kinderboekenweek. Alweer. Veel beweging op mijn Facebook vanuit de kinderboekenschrijvers-hoek. Ze lezen voor op scholen. Dansen op het Kinderboekenbal. Plaatsen foto’s van 1000 mummies, boekhandels vol kinderen met ballonnen. En ik zit thuis, hier in Maastricht. Te prutsen en te ploeteren aan Ari en Joep. Jaloers op die foto’s, op dat bal.  Het liefst zou ik al die ‘facebookschrijversvrienden’ even blokken. Voor een (kinderboeken)weekje maar. Dat ik niet zie wie de gouden Griffel heeft gewonnen. (Anna Woltz met Gips. Ga lezen dat boek! Ook als je al groot bent-juist als je al groot bent!)

Ik vind mijn afgunstige gedachten nogal kinderachtig. De enige die wat kan doen aan mijn, nog niet echt van de grond gekomen, kinderboekenschrijfster-carrière ben ik zelf.  Doorzetten en gaan. Gewoon een goed boek schrijven. In meer dan het tempo van een slak. En misschien alvast wat laten lezen? Maar ja aan wie en durf ik dat dan?

Ik ben nog steeds niet klaar met Ari en Joep. Ik heb het manuscript al aan een vijftal uitgeverijen gestuurd. Inclusief die van Vanillevla. Maar ze zijn te licht bevonden, mijn jongens. En als ik heel eerlijk ben, het was een beetje een geworstel. Grappige kleuterverhalen schrijven, terwijl ik zelf een dikke dip had.

Maar tussen alle afwijzingen zat deze ertussen. “Uw verhaaltjes over de ondeugende tweeling spreken ons wel aan, maar helaas moeten wij u berichten dat wij in principe geen korte verhalen meer uitgeven in ons fonds. Daarom raden wij u aan het manuscript bij een andere uitgeverij aan te bieden.” 

Deze reactie gaf me een duwtje. En niet het ravijn in.

Ik vind Ari en Joep zelf namelijk erg leuk. Maar het zijn wel mijn kinderen. Je eigen kinderen vind je altijd leuk. En kritiek erop niet, nooit niet! Er zijn nog uitgeverijen over. Voordat ik die aanschrijf, wil ik ze wel een Ari en Joep 2.0 aanbieden. Vandaar mijn gepruts en geploeter.

Het thema dit jaar van de kinderboekenweek is Opa en Oma. De Ari en Joep die ik vandaag herschreven heb, gaan over opa en oma. En waarom ook eigenlijk niet? (Nou, omdat het altijd doodeng is…!).

Ik stel ze alvast aan u voor: https://www.yvonnedevries.com/hier-zijn-ari-en-joep/ en  https://www.yvonnedevries.com/opa-en-oma-boot/

Klik maar op de linkjes als je het (voor)lezen wilt. Delen mag ook. En als je kritiek hebt? Vin’k hartstikke leuk. Echt waar.

Tot de volgende,

Yf