Een steunpilaar met dunne beentjes

Ik ben nu bijna vijfenveertig en het bordje met de richting: middelbaar en overgang, wijst beslist naar de rest van mijn leven. Wat daar in mijn geval bij komt kijken: Ik zit steviger in de kilo’s, ik kan slechter tegen wijn en ik filosofeer me een ongeluk. Over vroeger en nu, over leven, liefde en de dood. Ik ben diegene naast wie je niet wilt zitten tijdens een etentje of bij wie je niet in een kapotte lift wilt staan. Want om mijn reflecties zit een serieuze jas en soms moet ik zelf ook even zoeken waar ik mijn humor nu weer heb laten liggen.

Mijn recente filosofie; De ideale ouder is een steunpilaar met snackloket. Zo’n vaststaande zuil waar je als kind raad, troost en een warme maaltijd kunt halen. Zelf ben ik trouwens een nogal beweeglijk kaartenhuis. Ik hol ongevraagd achter mijn kinderen aan en ben; -Babs van de boterhammen, -Googlemaps en -code Oranje tegelijk. En als ze daar niet van gediend zijn dan stort ik in… of ben ik op zijn minst een beetje beledigd.

Afgelopen kerst waren mijn eigen steunpilaren mee naar Oostenrijk, om kerst en oud en nieuw te vieren. En wat was het weer fijn in ons blauwe huis. Vooral binnen waar de haard brandde en mijn ouders naast elkaar op de bank zaten. Mijn moeder breidde haar wol tot stoere vesten voor de neven in België en mijn vader las. Of deed of hij las en hield dan ondertussen de poes, de hond en ons in de gaten.

In een eerder blog schreef ik al eens over de geluiden van Lotte. Dat ze soms zomaar iets roept. Uit het niets haar stem even laat horen. Mijn vader doet dat ook. ‘Soes, Soes!,’ zei hij dan ineens luid. Dan wist ik dat de kat de woonkamer inliep. Of ‘Lotte, Lotteke!‘ Dan wist ik dat dochterlief (waarschijnlijk al een hele poos) in diezelfde woonkamer was.

Mijn vader moet zichzelf horen om te weten dat hij bestaat en dat is best grappig. Maar soms klakt hij met zijn tong of smakt hij zonder eten. En dat vind ik maar niets. Dat lijkt te veel op oude mannengeluiden. Mijn vader mag wel ouder worden, maar niet oud zijn.

Streng als ik ben, verzon ik (en Ries trouwens ook) steeds dingen om hem van de bank te lokken. Want van bewegen en dingen doen, blijf je jong. Gelukkig had hij ook deze vakantie een broek nodig. Mijn vader heeft altijd een broek nodig, of een hoed. En wat telde, was dat het een uitje was.

Hij moest ook sigaretten, dus reden we maar gelijk de grens naar Tsjechië over. Naar Hui Hang Chung, een misplaatste helverlichte ‘hier is werkelijk alles te koop -outlet’, gerund door Tsjechen met een Vietnamese achtergrond. Mijn moeder en Lotte waren ook mee. Altijd leuk, even rommelen in de troep. Uit een stapel jeans trok mijn vader een maat en vroeg- in het Nederlands! –aan de Vietnamees –die hem direct begreep?! – een stoeltje voor in het pashokje.

En daar zat ie dan. Half in, half uit dat hokje, in zijn boxershort met zijn blote benen in ongunstig licht.  ‘Opa! Wat heb jij dunne beentjes,’ zei Lotte. En ik keek ook. Om me daarna af te vragen wanneer het was gebeurd dat de benen van mijn vader in volume waren gehalveerd.

En zo kwam ik terug bij mijn steunpilaren-theorie. Mijn vaders is, letterlijk, te dun aan het worden om dat nog te zijn. En dat geeft, maar dat geeft ook niet. Want nu kan hij op mij leunen. Mijn benen zijn immers steviger dan ooit.

Tot de volgende

x Yf

 

opa-en-oma-geknuffelzitting-op-de-bank-78258242

Altijd weer 7 januari

Altijd weer op zeven januari. Dat ik me herinner hoe koud het was. Dat Henk Angenent twee dagen ervoor de Elf-stedentocht won. Hoe ik ‘-avonds bij Carolien van de trap viel, omdat het verdorrie allemaal wel heel spannend was. De o zo jonge beste vriendin, die ergens in een ziekenhuis in de stad ‘zomaar’ een baby aan het krijgen was.  En dat is nu twintig jaar geleden, zei de oude tante (‘en hoe gaat het op school en heb je al een vriendje’, kwijlde ze erbij).

Negen jaar geleden was ik er voor de laatste keer bij om te vieren dat je jarig was. Beste vriendschappen eindigen helaas niet altijd met een warme handdruk en nog bedankt voor de mooie jaren. Bij ons sloegen de portieren voor altijd dicht. En weg waren jullie. Letterlijk. Over de E313, een andere richting uit. Dat de Kosmos het zo wilde, vind ik zelf nog altijd de beste verklaring.

Maar weg is niet helemaal los. En natuurlijk ben ik je altijd een beetje blijven volgen. Blij dat er zoiets als Facebook bestaat. Ik weet dat en wat je studeert en dat je er prachtig uitziet. En ja ik vind het jammer dat wie je echt aan het worden bent, niets meer met mij te maken heeft. Maar met tranen worden verder ook geen boeken gevuld en van blijven hangen in het verleden is nog nooit iemand gegroeid.

Waar het om gaat. Dat ik vandaag twintig jaar geleden, samen met Carolien naar je kwam kijken. Dat ik je vasthield en meteen wist: dit wil ik ook! Van die kleine vingers om mijn duim. Kinderboekjes voorlezen in Dudok , met mijn grote mensenbenen onhandig onder het kindertafeltje gevouwen. Een fiets met een kinderzitje, blonde haren in de wind. En dan zingen en horen, dat het zonnetje al op is. Omdat ik in jouw kindertijd mee mocht lopen, wist ik al jong hoe leuk dat was. Hoe lief jij was. En dat ik daarom zelf ook graag kinderen wilde.

En elk jaar op 7 januari mijmer ik daarover en hef ik een glas. Want zolang ik dat doe, blijft er een lijntje. Misschien alleen maar in mijn hoofd, maar dat maakt niet uit, want het is een blij lijntje.

Lieve J, geniet van een hele fijne verjaardag!

20

x Yf