Hoogtevrees

De torenflat op de 13 etage

het is nog vroeg in de avond

Met tante zit ik

op het enge stukje beton met voor een hekje

in de verte te kijken

Tante gaat naar binnen

Ik heb trillende knieën vanwege de hoogte en het lage hekje

Zij heeft hier weinig last van

Even later komt ze met een tableau koffie en vlaai

dat ze op  een te klein tafeltje zet

De zon gaat in oranje kleur onder

Ze geeft mij een stuk vlaai in een hand

en

de kop koffie in mijn ander hand

Ik schrik

Dan gooi ik

met trillende handen

de koffie en vlaai het hekje over

veertig meter omlaag

Tante begint te schaterlachen

en zegt:

‘Zullen we toch maar binnen gaan zitten.’

De uitgerekende datum

Het voelt een beetje zoals zwanger zijn en dan de laatste loodjes. Er is die datum, berekend aan het begin van alle pret. Die zegt wanneer het kind moet komen, op de dag af. En dat is wel zo handig wat betreft de voorbereiding. Kun je alvast de auto voltanken, de muziek klaarzetten of het bad vol laten lopen.

Ik ben al zes jaar zwanger van Ari en Loek. Ergens in 2014, vlak na het verschijnen van Vanillevla met wormen, schreef ik mijn eerste hoofdstukje. Over een tweeling, Harry en Barry genaamd.

En wat waren ze slecht, die eerste verhalen. Dat ik die heb durven opsturen naar mijn toenmalige uitgever… Mijn kaken worden rood, als ik daaraan denk.

Maar ik heb eraan geschaafd en erop gebroed. Tijdens mijn zes jaar durende ‘olifantendracht’ zijn Harry en Barry veranderd van naam, geslacht, kleur en zelfs biologische afstamming. Als er een nobelprijs voor schaven en broeden zou bestaan, ik heb mijn dankspeech klaar liggen.

Slechts vier procent van alle baby’s wordt op de uitgerekende datum geboren. Wanneer ‘Hier zijn Ari en Loek’ precies in de winkel ligt? Dat blijft wachten tot de eerste wee begint of totdat het water breekt.

Maar ze komen eraan. Dat is net zo zeker als dat ze zijn: De leukste beetje-broer en zus van Nederland!