was ik maar bij moeder thuis gebleven

Kraters blauw
Lucht rood
dampen
stank enorm
scherpe geluiden
dwars door
mijn hoofd
Ik voel
stilte
kilte
koelte van
dampen
Omnium 4
mensen gingen
kwamen nooit
meer terug
opgegeten door ruimtewezens
Ik zie
schimmen in
de duisternis
afgrijselijke
geluiden komen
in mijn richting
en dan
zie ik ze
de ruimtewezens
ze zijn groot
lijken op een
mammoet
10 tentakels
5 ogen
slagtanden
groot gebit
Dit avontuur
ga ik niet
overleven
mijn laatste uren
zijn geteld
Mijn haren
staan rechtop
Was ik maar
bij moeder
thuisgebleven!

planeet van licht

Planeet van het licht

Gekleed in mijn jurk van veren
Zet ik een eerste stap
Trap op een zachte deken

Twee lichtfiguren
Hand in hand
Lopen over onzichtbare muren

Voel de ijle lucht
In mijn longen
Dansend in het rond

De oude dame
Gouden haren
Hoor ik ritmisch slaan

Op haar drum
Brengen zachte tonen leven
Laten licht helder schijnen

Wanneer wij verdwijnen
Achter de onzichtbare muur
Voor de duur van dat moment

De oude dame
Leest ons voor
Langzaam en rustig

Tussen lichtbloemen gezeten
Weten wij te luisteren
Horen haar warme stem

Staand in het licht
Zilveren draden in haar gezicht
Lichten langzaam op

Dansen is wat zij wil
Een ritueel
Veel licht, veel liefde
Haar ogen glanzen

Op het ritme van de drum
Bewegen wij voort
Ik in mijn jurk van veren

Vlechten wij de handen in elkaar
Worden op dat moment
Een sterke lichtkracht gewaar

Paradijsvogel

Tropische vogel
Koos pardoes
Het verkeerde pad
Toen zij eindelijk
Haar gele regenlaarsjes had

Is gespot
Met bruine polkadot
Op haar laarsjes
En een nat verenpak

Beetje stout
Gaat zij nu
Haar eigen weg
Door het Tropisch regenwoud

Legt haar veren te drogen
In de zon
Modderpoel blijkt waterplas
Glashelder

Voor haar een geweldige tijd
Het paradijs op aarde
Schat deze ondeugende vogel
Haar verblijf in deze tropische tuin
Op grote waarde

Vanbuiten is zij mooi
Vanbinnen prachtig
Ligt de wereld
Voor haar open

Schaamt zich niet langer
Voor haar gele laarsjes
Met polkadot
Haar verenkleed bruin

In deze tropische tuin
Met de zon in het gezicht
Blijkt de tropische vogel
Een prachtige paradijsvogel te zijn

vier x elf

Aalscholver
Je duikt
Met je kontje
Als laatste naar beneden
Weg

*******

Vlug
Zigzag ik
Langs de mensen
Over de brug vlug
Voorbij

 

******

Miezer
De tegels
En mijn broek
Worden nat baal ik
Van

 

******

Water
Schittert weerkaatst
Oogverblindend de zon
Ik roep vrolijk hallo
Blij

Saartje

Een mooie bloem “
 Sommige bloemen
     Bloeien lang
En weer andere
 Bloemen groeien traag
Bloeien kort
” Saartje “
mijn allerliefste
             Lieve Saartje
Was één héle mooie  bloem
Saartje die heel lang mocht
   Bloeien groeien
         en geuren
 mij op mocht fleuren
   Saartje Was
goed  In opbeuren
Samen ZIJN “
ALS  SAMEN “
ER NIET MEER IS
Voel en beleef ik
hoeveel ik lieve Saartje  mis
Saartje zit in mijn hart
En koester onze warme dierbare
herinneringen en
 onze liefdevolle vriendschap.
” I never walk alone “

Ik ben Boom

Ik ben een boom
Klein sta ik tussen de grote
Ze bieden mij bescherming 
Ik zie nog niet veel
Elk jaar krijg ik er een ring bij 
Ik ben dan ook groot
Ik bied dan bescherming aan hen klein 
Ik zie de blauwe lucht
Mijn takken groot en sterk
Hier mag je wonen
Vogels die hun nest bouwen
Kleine beestjes die onder mijn blaadjes wonen 
Beestjes die eten van mijn vruchten
Ik zie het allemaal gebeuren
Wacht maar
Als ik later mijn ringen erbij heb

natuurlijke blik

Met de aarde nog in mijn ogen
Zie ik groene sprieten
Als bomen zo hoog

Een tor
Hangt
In mijn snorharen

Haar vleugels
Gekleurd
Voor mijn gezicht

In het zonlicht
Zie ik
Die ene groene spriet

Waarachter een muis
Huist
Voor de duur van deze dag

Is het bijzonder
Wat ik zag
En nog zien mag

Blokkendozen
Langs lijnen
Waarop blikken rijden

Groot en klein
Blijken huizen
Te zijn

Vliegen er
Donkere vlekken
Door de lucht

Met hun rug
Recht naar boven
Beide vleugels opzij

Landen zij op aarde
Verblijven
Om vervolgens verder te gaan

Over grote blauwe vlekken
Die water lekken
In het landschap

Waar de zon laag schijnt
Ziet een bijzondere boom
Haar eigen schaduw op de grond
Elfen dansen ermee in het rond

Staat zij in het Wilgenbos
Loslopende reeën
Een vos

Vleien zich neer
Aan haar voeten
Voelen zachtjes aan de bast

In haar kruin
Een vogelnestje
Houdt haar liefdevol vast

Voorzichtig
Slaat zij haar takken
Om zich heen

Hoort de vogels fluiten
In het bos
Waar zij staan mag

Lacht zij de elfen
Vriendelijk toe
Trekt de aandacht van het bosrijk

Blijkt zij
Een Wilgenboom te zijn

JvdK (c)