Elke week een blog, makkelijk zat, dacht ik toch. De klad kwam erin met een griepje van de dochter. Omdat ik mocht zorgen, huppelde ik van de keuken naar de bank met thee, beschuitjes en liefde. Ik was al snel uit het doordeweekse ritme van zitten en schrijven. Maar dat griepje is alweer twee weken geleden. En tussen de thee en de liefde lag trouwens heus wel tijd om een stukje te tikken.

Waar het ook op neerkwam, ik wist niet waarover ik bloggen moest. Er gebeurde van alles en van alles teveel. Meestal springt er tijdens een wandeling met de hond of het boodschappen doen wel een lichtje aan, ergens in mijn hoofd. Dan zie ik hoe ik iets, dat me bezighoudt, in een bepaalde vorm kan gieten. Maar het wilde de afgelopen weken gewoon niet vlotten met vormen en gieten. Bovendien probeer ik mijn blogjes per keer beter te schrijven. Ik moest dus over de beentjes van mijn vader heen. Tussen al dat willen, proberen en moeten, raakte ik de relevantie een beetje kwijt.

En schreef ik geen blog over:

-Dat ik was vergeten hoe griezelig Lotte doet als ze koorts heeft en ijlt, maar hoe blij ik werd dat ze me- vanwege die griep- nodig had. Als malle Ursula dook ik geheel vrijwillig en overdreven enthousiast in de rol van zuster.

-Over een treinreis op een zondagavond met heel veel vertraging.  Maar in de twee treinen, die het betrof, was geen mopperen of geklaag te horen. Omdat iedereen leek te denken aan de personen, voor wie de vertraging een absoluut einde betekende.

-Dat het me, wel twintig keer per dag, opvalt dat Lucas langer is dan zijn moeder en dat ik die moeder ben. Hoe vreemd logisch ik het vind, dat iets dat in mijn buik heeft -gezeten, nu bijna niet meer in mijn autootje past (ik heb nog wel een Mini…).

-Hoe verschrikkelijk moeizaam mijn 14 plus manuscript vordert. Hoe ik daarover tekeer kan gaan tegen Richard. Dat ik het prutswerk uit het raam gooi, dat het nergens op slaat en dat het toch nooit wat wordt. Kortom dat ik een echt heel zielig gefrustreerd schrijvertje van niets ben. Vaak ga ik na zo’n pathetische bui van zelfmedelijden gewoon weer verder met het verhaal. Wat trouwens SUPER, FANTASTISCH  en SPANNEND aan het worden is!

-Dat ik bedacht dat de dood steeds meer-met zwarte stapjes- onze kant op komt. De vader van een vriendin, die nog maar even heeft. De stiefmoeder van Lotte’s beste vriendin, die vorig weekend zomaar en veel te jong stierf. En wanneer gebeurt dat dan bij ons vroeg ik me af, maar dat is het dus eigenlijk al zo.

-Over een begrafenisdienst in een kerk in een van de meest troosteloze buurten van Luik.  Zo ongeveer de enige woorden die ik begreep, was dat de priester Jezus de grootste brandweerman noemde, die er bestond. Die woorden gaven niemand troost, alleen de ongewilde slappe lach. Zo’n lach die pijn doet en die je alleen maar krijgt, omdat je niet heel hard wilt huilen.

Het hadden evengoed allemaal langere blogs kunnen zijn. Maar omdat de onderwerpen zich dus nogal snel achter elkaar aandiende, werden het flitsen in mijn hoofd.

Wat ik beter doe; ik leg deze ‘net niet’ blogjes op elkaar en dan klim ik op de stapel die ik ervan maak. ‘Kijk! Daar spring ik, zo over mijn vorige blog heen.’ En in mijn sprong maak ik van de weken gewoon een hele lange week. Knap staaltje zelf-manipulatie, als schrijf ik het zelf.

Tot de volgende!

X Yf

 

 

 

Geef een reactie