Daar zit ik dan weer. Achter mijn bureau in dat fijne kantoor in Maastricht. Een heel nieuw jaar voor me. Nee, ik ben niet dronken en ik weet dat het vandaag niet 1 januari is. Maar de schoolvakantie is voorbij en mijn werk als ‘GADVTDK*-er’ zit er weer op. Dus heb ik gisteren een fles champagne opengetrokken en wens U allen een Happy New Year.

Ik heb zin in dit schone frisse schrijfjaar. Mezelf voorgenomen zeker drie boeken te schrijven, elke week een blog en -o ja- om ook nog eens een eigen tekstbureau beginnen. Vandaag geloof ik nog dat, dat allemaal gaat lukken. Zoveel lege dagen op de kalender, zoveel pagina’s te vullen. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Elk jaar weer, een opgetogen gevoel als de school weer begint. Ook al is en was de vakantie nog zo fijn. Heel veel leuke mensen gezien en -bijna*- alleen maar leuke dingen gedaan. Waarvan de meeste oninteressant voor de lezers van dit blog. Welke bikini ik droeg, welke wijn ik dronk en dat mijn nieuwe favoriete outfit een blauwe zomerjurk met cowboy-laarsjes is, het zal u toch een worst wezen en zijn.

Wel leuk om te delen: De reden van bijna*: 

canoying 

 

Canoying. Ik had er nooit van gehoord en wist niet het was. Nu wel.  

De Ardeche, twee weken geleden. We reden, op een gruwelijk tijdstip, naar een afgelegen parkeerplaats hoog in de bergen. Het was er net boven nul. In de zomer! Er waren twee mannen. Een om het geld te innen, de ander was gids. Er was een busje met plastic bakken erin. Daar lagen de waterschoenen en surfpakken. Vrijwillig worstelden wij ons in zo’n, nog vochtig, latex geheel. Om daarna als een stel dronken eenden nog hoger de bergen in te waggelen. Na vijf minuten moest ik plassen. Maar dat pak ging mooi niet meer uit. Na een half uur klimmen, kwamen we bij een rots, een heel hoge. En daar moesten we vanaf. Van schrik hoefde ik niet meer te plassen. Ik bevroor. Toen de hele groep beneden in het ijskoude water lag, bewoog ik nog steeds niet. ‘Spring dan, kom op, je kunt het,’ riepen ze. Behalve mijn dochter. ‘Ik schaam me dood’, riep ze zonder geluid. En juist die onuitgesproken woorden kwamen het hardste binnen. De collectieve groepspressie was groot. Ik ben drie keer klaar gaan staan om te springen. Maar ik durfde niet, dus ben ik maar gewoon gaan huilen. ‘Of er een andere weg was, snikte ik tegen de jonge gids. ‘Daar heb je er weer een, zo’n middelbare theemuts met angsten en issues,’ dacht ie vast. Maar dat liet hij niet merken. Hij keek me alleen maar indringend aan- had trouwens prachtige helblauwe ogen- en sprak; ‘there’s always another way’. En ik weet zeker, met heel mijn literaire hart dat hij niet alleen doelde op het weggetje naast de rots, maar op alle wegen in het leven.

Ik ben niet gesprongen, maar de woorden van de gids neem ik mee dit nieuwe schrijfjaar in.  Van de drie boeken die ik wil schrijven is er een eigenlijk al af. De kleuterverhalen van Ari en Joep. De uitgevers die ik het manuscript heb toegestuurd, springen niet met de jongens mee in het diepe. Maar ik laat ze niet vallen. Voor Ari en Joep ga ik gewoon op zoek naar de andere weg.   

*Groot Animateur Der Vrije Tijd Des Kinders

Geef een reactie